Geschiedenis

De Zutphense Librije is gehuisvest in een speciaal daarvoor gebouwd deel van de Walburgiskerk, dat in 1564 in gebruik werd genomen. De initiatiefnemers daarvoor waren de kerkmeesters Slindewater en Berner. Het boekenbezit was eerder ondergebracht in de bovenruimte van de zogenaamde kapittelkamer, die kort na 1492 gereed was gekomen. Anders dan haar voorgangster was de nieuwe librije voor een grotere gebruikersgroep bestemd. Het oorspronkelijke interieur met lectrijnen (lessenaars) en boeken aan kettingen is bewaard gebleven. Tegenwoordig bestaat slechts één andere kettingbibliotheek, in Cesena (Italië).

Slindewater en Berner

De kerkmeester Conrad Slindewater opperde het idee een nieuwe bibliotheek te bouwen die niet uitsluitend bestemd was voor de geestelijkheid was bestemd.  Samen met Herman Berner verzamelde hij ideeën voor de bouw en inrichting hiervan. Slindewater overleed in 1559. Met zijn nieuwe collega Evert van der Capellen werkte Berner de plannen verder uit.

Waarom een Librije?

Dankzij zijn bewaard gebleven notitieboekje kennen we de belangrijkste argumenten van Slindewater voor het bouwen van een openbare leeszaal:Het ter beschikking stellen van kennis aan een breed publiek zou de hele stad ten goede komen en het bestuderen van ‘goede’ boeken zou de lezers in hun christelijke geloof sterken en (hopelijk) genezen van hun eventuele dwalingen.

Klik hier voor de hertaling van het notitieboekje van Slindewater door Jan Frings en Jos Hartman.

Schets van Slindewater van de Librije

Bouwstijl

Slindewater en Berner verzamelden ideeën voor de bouw en inrichting van de nieuwe bibliotheek en bekeken kloosterbibliotheken in Zutphen, terwijl Slindewater ook een interieurschets maakte. Zowel het gebouw zelf als de inrichting hebben nog een middeleeuws karakter.

Rampen / bedreigingen

Tussen 1572 en 1591 had de Librije evenals de Zutphense kloosterbibliotheken te lijden van plunderingen door Spaanse en Staatse troepen. Doordat de stad na 1591 definitief overging tot de Reformatie, veranderde het karakter van de bibliotheek. Veel boeken moeten in deze periode zijn verdwenen; wel kwamen enkele boeken uit opgeheven kloosters in de Librije terecht.

Met het optreden van bibliothecaris Meinsma werd aan het eind van de negentiende eeuw een lange periode van verwaarlozing afgesloten.

Restauratie

In 1982 werd met de restauratie van de boeken begonnen. Dit project, dat in nauw overleg met de Koninklijke Bibliotheek werd uitgevoerd, werd 1999 voltooid. In aansluiting hierop werd een nieuwe catalogus samengesteld, die in 2008 gereed kwam en in 2019 een digitale versie ontving.