Verwaarlozing en vernieuwing: 19e en 20e eeuw

 

verwaarloosd-boekNiet lang daarna worden er bibliothecarissen aangesteld, die de zorg hebben voor het beheer van de Librije en van het boekenbestand. De een doet dat met meer zorg dan de ander. Zo wordt bibliothecaris Verwey in 1868 ontslagen. AI tijdens zijn ambtsperiode raakt de Librije verwaarloosd, er is nauwelijks toeezicht en de bibliotheek wordt regelmatig overgelaten aan spelende kinderen.

Blijkbaar heeft de toenmalige Zutphense archivaris Mr. RW. Tadama dit met lede ogen aangezien. In 1857 en 1858 verzoekt hij de kerkvoogden om de boeken uit de Librije in bruikleen te geven aan de stad. Dit verzoek wordt gehonoreerd en in 1858 brengt men de paar honderd boeken uit de Librije onder in het archief van Zutphen. Op voorwaarde dat ze te allen tijde weer door de kerk teruggevorderd kunnen worden. Na 1858 staat de Librije er leeg en verwaarrloosd bij. Men neemt niet eens de moeite om haar schoon te houden.

Dat verandert in 1899. In dat jaar stellen de kerkvoogden van de Sint Walburrgiskerk Koenraad Oege Meinsma aan als archivaris en bibliothecaris van de Sint Walburgiskerk. Hij heeft een levendige en actieve belangstelling voor de Librije en haar collectie en stort zich op de tot dan toe in de vergetelheid geraakte geschiedenis van de bibliotheek. Daarnaast zorgt hij ervoor dat de boeken vanuit het archief weer teruggebracht worden naar de Librije, waar hij ze koestert als waardevolle getuigen van vervlogen tijden. Mede door de innspanningen van Meinsma staat de Librije tegenwoordig weer bekend als een 'schatkamer'. Na die tijd zijn de boeken nog een keer uit de Sint Walburgiskerk verdwenen. In de Tweede Wereldoorlog brengt men aile 75' boeken uit voorrzorg onder bij particulieren. Na de oorlog keren ze weer terug in de Librije.

Zoals Slindewater in de 16e eeuw ooit gehoopt heeft, wordt de Librije in recente jaren bezocht door geleerden van binnen en buiten Zutphen en door burgers die geïnteresseerd zijn in de boeken. Maar, anders dan Slindewater misschien heeft kunnen voorzien, komen ze tegenwoordig niet zozeer om de boeken te gebruiken als religieus naslagwerk. Ze komen vooral om de boeken te bestuderen als historische objecten. Ais voorwerpen, die kennis en inzicht kunnen geven in de geschiedenis van bibliotheken, boekproductie en de manier waarop mensen dachten over en werkten met boeken. En natuurlijk om de bibliotheek zelf. Om het gebouw te zien en om zelf te bekijken hoe eeuwen geleden boeken bewaard en gelezen werden. De Librije heeft dus tegenwoordig meer een museale functie. Men steekt nu geld, tijd en energie in het conserveren, restaureren, toegankelijk maken en bestuderen van de boeken, waarrbij ze vooral gezien worden als historisch belangwekkende voorwerpen.