Plannen voor een nieuwe boekenzaal: de Librije

 

bladzijdeIn de 16e eeuw is de verzameling boeken dusdanig uitgegroeid, dat er besloten wordt om op het kerkhof, dat tegen de kerkmuur aan ligt, een apart gebouwwtje voor de boeken te bouwen: een nieuwe Librije. Coenraad Slindewater, de geestelijk vader van deze nieuwe boekenzaal, ziet daarbij niet alleen een nieuw gebou.w, maar ook een nieuwe functie voor zich. Hij heeft op het moment dat hij zijn plannen voor de Librije naar buiten brengt, een ideaal voor ogen: een Librije, die niet alleen ten dienste staat van de kerk, maar ook van aile burgers van de stad en voor bezoekers van buiten. 

Slindewaters bedoeling is om op deze wijze ook een dam op te werpen tegen de groeiende kritiek op de katholieke kerk.

Uit rekeningen blijkt dat er zestig sleutels voor de deur van de Librije gemaakt zijn die, blijjkens andere archiefstukken, verdeeld worden onder verschillende burgers van de stad. Ook in later jaren maakt men nog sleutels bij. Maar de kerkmeessters zijn blijkbaar niet geheel overtuigd van de goedheid van hun medemensen en laten voor de zekerheid de boeken met kettingen aan de lectrijnen vasttklinken. Zo zijn ze beschermd tegen diefstal.

Dat systeem is eenvoudig. Aan de boekbanden worden metalen plaatjes (kettingklampen) gespijkerd met daaraan vast een stevige ketting. Aan het andere uiteinde van de ketting zit een ring. Die ring wordt op zijn beurt om een ijzeren stang boven aan de lectrijn geschoven. De stang kan vervolgens alleen met een sleutel los- en vastgemaakt worden. Op die manier kan de gebruiker de boeken op de lectrijn wel gebruiken, maar niet meenemen.

In 1561 wordt de eerste steen gelegd. Drie jaar later is de nieuwe boekerij klaar: achttien meter lang en acht meter breed en van daglicht voorzien door zeven ramen. AI gauw blijkt dat een rij lectrijnen niet voldoende is. Een jaar na de opening van de nieuwe Librije in 1564, wordt er nog een tweede rij lectrijnen geplaatst tegen de muur die aan de kerk grenst. De Librije bevat dan achttien lectrijnen, waarop aan beide kanten boeken gereed liggen voor gebruik.

Tot de eerste helft van de 16e eeuw zijn niet veel boeken aangekocht. Uit een catalogus uit die tijd blijkt dat de collectie twintig handschriften en meer dan zestig gedrukte boeken bevat. Kerkmeester Berner koopt vooral boeken van andere boekenbezitters. Maar hij koopt ook bij de boekhandelaren op de markt, die met hun tonnetjes vol ongebonden, opgerolde boeken van stad naar stad trekken. Daarnaast laat hij boeken halen bij drukkers en handelaren uit Keulen, Antwerpen en Amsterdam. Maar soms gaat Berner zelf naar Deventer en naar Utrecht om zijn boeken te kopen. Een aantal keren krijgt de kerk zelfs boeken cadeau. Kerkmeester Slindewater laat een deel van zijn boeken na aan de Sint Walburgiskerk. En doctor in de rechten Arnold van Herwarden verrmaakt zijn verzameling rechtskundige werken aan de bibliotheek. Hij ligt in de Sint Walburgiskerk begraven onder een inmiddels zeer afgesleten grafsteen.